Inchecken in het hotel, de weg vragen of op een terras uitleggen dat je toch echt zonder ui had besteld: op vakantie is het handig als je je in een andere taal kunt redden. Ruim negen op de tien Nederlanders lukt dat prima in het Engels. Maar zodra Engels geen optie is, wordt het al snel lastiger. Iets meer dan de helft redt zich nog in het Duits, terwijl Frans, Spaans en Italiaans voor de meesten al helemaal een uitdaging zijn. Dat blijkt uit representatief onderzoek van Wegenvignetten.nl onder 1.052 Nederlanders.
Duits is na Engels de taal waarin Nederlanders zich het vaakst redden: iets meer dan de helft geeft aan hiermee uit de voeten te kunnen. Dat geldt vaker voor mannen dan voor vrouwen. Ook leeftijd speelt duidelijk mee: van de twintigers en dertigers spreekt ongeveer een derde voldoende Duits voor op vakantie, tegenover ruim zeven op de tien zestigplussers.
Frans blijkt voor veel vakantiegangers een stuk lastiger. Dat kan voor problemen zorgen, aangezien Frankrijk vorig jaar het populairste vakantieland was en Fransen nou niet bepaald bekendstaan om hun beheersing van het Engels. Ongeveer één op de acht Nederlanders redt zich in het Frans, vrouwen vaker dan mannen. In Spanje - na Frankrijk en Duitsland de populairste bestemming - kan één op de twaalf ondervraagden zich redden. En in Italië is het toch echt hopen dat de ober of receptioniste Engels kan, want Italiaans beheerst slechts drie procent van de Nederlanders.
Regionaal valt op dat met name inwoners van de grensregio’s zich goed in het Duits kunnen redden. Dat geldt voor ruim driekwart van de Limburgers en ook voor twee op de drie inwoners van Overijssel en Groningen. In Zuid-Holland en Flevoland ligt dat aandeel juist duidelijk lager. Bij Frans springt Zeeland eruit. Mogelijk speelt mee dat Zeeuwen door toerisme en de ligging richting België en Noord-Frankrijk relatief vaak met de taal in aanraking komen.
Opvallend is tot slot dat ook veel 70-plussers zich in het Engels redden. Dat aandeel ligt lager dan bij andere leeftijdsgroepen, maar blijft met ruim acht op de tien hoog. Zeker omdat Engels pas sinds 1986 een verplicht vak is in het basisonderwijs.