Small Logo

Verkeersregels in Zwitserland

Snel naar

De verkeersregels in Zwitserland kunnen afwijken van de regels in Nederland. Op deze pagina staan de belangrijkste verkeersregels. Zo kun je voorbereid en onbezorgd reizen naar Zwitserland.

 

Algemene verkeersregels in Zwitserland

Wanneer je gebruik maakt van de snelweg moet je tol in Zwitserland betalen. Dit komt in de vorm van een tolvignet. Deze is dus verplicht wanneer je door Zwitserland wilt rijden. Je kunt het autovignet aanschaffen voor €45.95. Deze is vervolgens een kalenderjaar geldig.

Wanneer je wilt auto rijden in Zwitserland dien je als bestuurder alle aandacht op de weg te hebben. Zo kun je een verkeersboete in Zwitserland krijgen voor alle activiteiten die jouw aandacht van de weg af kunnen houden. Denk bijvoorbeeld aan de navigatie instellen, lippenstift opdoen, of een berichtje op je mobiel sturen. Dit is ook verboden voor fietsend verkeer. Wel is het toegestaan om handsfree te bellen. Ook ben je als bestuurder verplicht om sociaal gedrag op te stellen naar zwakkere verkeersdeelnemers. Denk hierbij aan ouderen, gehandicapten, kinderen, voetgangers, en fietsers.

Het is toegestaan om met een alcoholpromillage van 0,5 deel te nemen aan het verkeer in Zwitserland. Voor beginnende bestuurders (3 jaar of korter in het bezit van een rijbewijs) is dit 0,1 promille. Drugssporen in het bloed zijn in geen enkel geval toegestaan.

Het is in Zwitserland verboden om enige radardetectie apparatuur mee te nemen. Ook mag je geen apparatuur meenemen voor het signaleren van trajectcontroles of flitspaalsignalering. Verwijder voor je vertrek alle informatie van deze apparatuur (bijv. Flitsmeister op je mobiele telefoon, of flitsinformatie van je navigatie).

Voorrang en inhalen

In Zwitserland heeft stijgend verkeer altijd voorrang op dalend verkeer. Uitzondering geld wanneer het stijgende verkeer gemakkelijk kan uitwijken bij een uitwijkplaats. Op zowel bergwegen als vlakke wegen hebben zware motorvoertuigen voorrang op lichtere voertuigen. Dit betekent dat op smalle wegen een vrachtauto voorrang krijgt.

Tenzij anders aangegeven met verkeersborden, hebben bestuurders van rechts voorrang op een gelijkwaardig kruispunt. Deze regel geldt ook voor fietsend verkeer.

Een tram heeft altijd voorrang, tenzij deze een voorrangsweg oprijdt. Ook voetgangers dienen voorrang aan een tram te verlenen, zelfs wanneer zij een zebrapad oversteken. Wanneer je een tram wilt inhalen, moet dit rechts. Dit kan echter enkel wanneer er rechts voldoende ruimte is. Voor trams die stilstaan bij een tramhalte geldt het volgende: Het is toegestaan om een tram rechts in te halen, mits er een vluchtheuvel is waarop passagiers kunnen wachten. Is deze vluchtheuvel niet aanwezig, is het ook toegestaan om de tram van links in te halen. Dit is echter enkel toegestaan wanneer dit geen onveilige verkeerssituatie oplevert.

  • Schoolbussen die stilstaan bij een halte mag je enkel stapvoets naderen.
  • Indien er langs een auto- of snelweg gele knipperlichten branden, mag je op dit stuk niet inhalen.
  • Bestuurders die op de rotonde rijden hebben voorrang bestuurders die de rotonde willen oprijden. Uitzonderingen worden met verkeersborden aangegeven.

Parkeren

Wanneer je een blauwe zone betreedt, is het mogelijk om gratis te parkeren met gebruik van een parkeerschijf. Bij een weg met tweerichtingsverkeer is het verboden om aan de linkerkant van de weg te parkeren. Bij een eenrichtingsweg mag dit wel. Indien het is toegestaan om op de stoep te parkeren, dient er 1,50 meter ruimte over te blijven voor naderende voetgangers.

Parkeren is verboden op de volgende plaatsen:

  • Een brug
  • Wegen buiten de bebouwde kom
  • Wegen binnen de bebouwde kom waar onvoldoende ruimte is voor passerende voertuigen
  • Binnen de bebouwde kom: Op, of 20 meter van een overweg
  • Buiten de bebouwde kom: Op, of 50 meter van een overweg

Wanneer je op een helling parkeert, moet je naast de handrem nog een extra voorzorgsmaatregel nemen. Denk hierbij aan de auto in de eerste versnelling te zetten of één van de wielen tegen de stoep te zetten. Is de helling erg steil? Dan wordt aangeraden om wielblokken achter de wielen te plaatsen.

parkeerplaats

Stilstaan met de auto

Het is in alle gevallen niet toegestaan om stil te staan op plekken waar jouw auto niet goed zichtbaar is voor andere automobilisten. Ook moeten andere bestuurders gemakkelijk jouw voertuig kunnen passeren.

Op de volgende plekken is het ten alle tijden verboden om stil te staan:

  • Op trein- en/of tramrails
  • Voor een verkeersbord, wanneer je hiermee andere automobilisten het zicht op het desbetreffende bord ontneemt
  • In tunnels (indien je stil komt te staan in een tunnel door een ongeval dien je de automotor direct uit te schakelen)
  • In smalle wegen of straten
  • Bij een tram en/of bushalte wanneer daarmee het openbaar vervoer wordt gehinderd
  • Op of binnen 5 meter van een kruising
  • Op of binnen 5 meter van een zebrapad
  • Bij een wit doorgetrokken streep
  • Bij een geel doorgetrokken streep

Rettungsgasse

Wanneer er een filevorming plaats vindt, is het verplicht voor bestuurders om een midden doorgang vrij te houden. Automobilisten moeten zoveel mogelijk links of rechts aanhouden zodat er voldoende ruimte in het midden is. Op deze manier kunnen ambulances en politieauto’s gemakkelijk passeren.

Wanneer de weg uit meer dan twee rijstroken per richting bestaat, geldt de volgende regel: automobilisten die op de linkerbaan rijden moeten zoveel mogelijk links aanhouden. Overige bestuurders moeten zoveel mogelijk rechts aanhouden.

Rijbanen

Binnen de bebouwde kom mag men zowel op de linker als rechterbaan rijden ongeacht de snelheid van overige bestuurders. Buiten de bebouwde kom is dit echter verboden met uitzondering van fileverkeer.

Claxonneren

Indien je buiten de bebouwde kom rijdt is het verplicht om te claxonneren bij onoverzichtelijk wegsituaties. Het claxonneren dient in zulke gevallen als waarschuwingssignaal voor overige bestuurders. Het is echter verboden om dit onnodig of overmatig te doen. Ook wanneer het ’s nachts is, dien je in plaats van geluidssignalen, lichtsignalen af te geven ter waarschuwing.

Liften

Het is in Zwitserland verboden om op auto- en snelwegen verboden om te liften.

Autopech

Het is verplicht een gevarendriehoek te gebruiken indien je autopech hebt. De gevarendriehoek moet ten minste 100 meter achter de auto geplaatst worden. De gevarendriehoek is verplicht in Zwitserland. Het is strafbaar wanneer je op de vluchtstrook stopt wegens een lege brandstoftank. Zorg daarom altijd voor voldoende brandstof in de auto.

Wanneer je bij een ongeval bent betrokken, geldt het volgende:

Indien het ongeluk enkel heeft geleid tot autoschade (blikschade), is het voldoende om een Europees schadeformulier in te vullen en te ondertekenen. Heeft het ongeval echter geleid tot schade aan verkeersborden, lantaarns, de weg, of overige zaken in deze categorie, dient de bestuurder de politie te bellen. Ook is een bestuurder verplicht om de Zwitserse politie te bellen wanneer een betrokkene van het ongeval hierom vraagt. Ongelukken die leiden tot lichamelijke letsels dienen te worden gemeld bij de ambulance.

Maximumsnelheid

De maximumsnelheid in Zwitserland is weergegeven in de onderstaande tabel.

Binnen de bebouwde komBuiten de bebouwde komAutowegenAutosnelwegen
Snorfietsen30 km/h30 km/h--
Bromfietsen45 km/h45 km/h--
Voertuigen < 3500kg50 km/h80 km/h100 km/h120 km/h
Voertuigen > 3500kg50 km/h80 km/h100 km/h100 km/h

verkeersbord maximumsnelheid

Verkeersregels voor autovoertuigen

Rijden met kinderen

Indien je op vakantie gaat met kinderen dien je de volgende regels te hanteren:

  • Kinderen kleiner dan 1,50 meter of jonger dan 12 jaar, dienen in een kinderzitje te worden vervoerd.
  • Kinderen die langer zijn dan 1,50 of ouders dan 12 jaar, dienen gebruik te maken van een veiligheidsgordel.

Lading

Gerekend vanaf de achteras van de auto mag de lading maximaal 5 meter naar achteren uitsteken. Aan de voorkant van de auto mag de lading maximaal 3 meter uitsteken gerekend vanaf het stuurwiel van de auto. De lading dient niet breder te zijn dan de auto zelf.

Meenemen van fietsen

Indien je fietsen boven op de auto wilt vervoeren, mogen de fietsen inclusief de auto niet hoger zijn dan 4 meter. Ook kan je ervoor kiezen om de fietsen achter de auto mee te nemen. In dit geval mogen de fietsen niet breder zijn dan de auto zelf.

Verlichting

Bestuurders zijn ten aller tijden om overdag verplicht om dimlicht en/of daglicht te voeren. In tunnels, of bij slecht zicht is het verplicht om dimlicht te voeren.

Slepen

Indien je pech hebt en je auto moet slepen, gelden de volgende regels:

  • De sleepkabel mag niet langer zijn dan 8 meter. Indien je gebruik maakt van een sleepstang, mag deze niet langer zijn dan 5 meter. De verbinding tussen de twee voertuigen moet goed zichtbaar zijn voor andere automobilisten.
  • De alarmlichten moeten worden ingeschakeld tijdens het slepen.
  • De gevarendriehoek moet zichtbaar zijn bij de gesleepte auto.
  • Tijdens het slepen mogen de voertuigen maximaal 40 km/h rijden.
  • Wanneer een auto wordt gesleept bij de autosnelweg, dient deze de eerstvolgende afrit te nemen.

rijden met een caravan

Verkeersregels voor caravans en aanhangwagens

De maximum afmetingen voor een caravan en/of aanhangwagen zijn als volgt: De maximale toegestane breedte, exclusief spiegels, van de combinatie is 2,55 meter. De maximale hoogte combinatie is in zowel Nederland als in Zwitserland 4 meter. De lengte van de aanhanger is in beide landen (inclusief dissel) 12 meter. Fietsendragers worden in deze lengte meegerekend. De maximale toegestane lengte van de combinatie is in Nederland 18 meter, en in Zwitserland 18,75 meter. Ook is een fietsendrager meegerekend in de lengte van de combinatie.

Autovoertuigen met aanhangwagens of caravans mogen op de autosnelweg niet op de meest linker rijbaan rijden. Ook worden automobilisten van caravans en aanhangwagens geadviseerd om niet over smalle bergwegen te rijden. Dit kan namelijk voor gevaarlijke verkeerssituaties zorgen.

 

Verkeersregels voor motoren

Het is voor zowel de bestuurder als de passagier verplicht om een helm te dragen op een motor. Passagiers mogen vervoerd worden indien de voeten op de voetensteun geplaatst kunnen worden. Kinderen jonger dan 7 jaar mogen enkel in een kinderzitje worden vervoerd.

Het is toegestaan om een aanhanger aan een motor te koppelen. Deze aanhanger mag geen passagiers vervoeren. Ook is het verboden voor motorrijders om naast elkaar te rijden op dezelfde rijbaan.

Bij filevorming is het verboden voor motor bestuurders om tussen auto’s door te rijden. Ook wanneer de auto’s stilstaan.

 

Verkeersregels voor bromfietsen

Een bromfiets heeft in Zwitserland de benaming: Kleinmotorrad. Een snorfiets wordt ook wel een Motorfahrrad genoemd.

Voor een bromfiets worden de verkeersregels voor motoren gehandhaafd. Een bromfiets mag niet harder dan 45km/h kunnen. Voor een snorfiets worden de verkeersregels voor fietsers gehandhaafd. Een snorfiets mag niet harder dan 30km/h kunnen.

Voor beide voertuigen is het verplicht om een helm te dragen. Het is niet verplicht om overdag licht te voeren. Het wordt echter wel aangeraden om altijd lichten te voeren tijdens het rijden.

Passagiers mogen vervoerd worden indien er een voetensteun aanwezig is. Hierop dienen de voeten van de passagier te rusten. Kinderen die jonger zijn dan 7 jaar moeten in een daarvoor geschikt kinderzitje worden vervoerd.

Bromfietsers dienen op de weg te rijden en snorfietsers dienen op het fietspad te rijden.

wielrenner

Verkeersregels voor fietsers

Wanneer je als fietser harder dan 20 km/h rijdt, is het verplicht om een fietshelm te dragen. Ook wanneer je niet harder dan 20 km/h rijdt, wordt het wel geadviseerd om een helm te dragen voor de veiligheid.

Aanhangers

Het is toegestaan om een aanhanger achter een fiets te koppelen. In de aanhanger mogen maximaal twee kinderen worden vervoerd indien deze niet meer gewicht bedragen dan 80 kg.

Verlichting

Het is verplicht om verlichting te voeren wanneer het donker is of bij slecht zicht. Het licht voor op de fiets dient wit te zijn, en de kleur van het achterlicht rood. Ook moet een fiets voorzien zijn van reflectoren. Op de voorkant van de fiets moeten deze wit zijn, aan de achterzijde van de fiets dienen deze rood te zijn. Aan de zijkanten (pedalen) moet een fiets oranje reflectoren hebben.

Fietspad

Indien een fietspad of fietsstrook aanwezig is, dienen fietsers hiervan gebruik te maken. Wanneer dit ontbreekt, moeten fietsers aan de rechterkant van de weg rijden. Op fietspaden en fietsstroken mogen twee fietsers naast elkaar rijden. Het is niet toegestaan om met meer dan 2 fietsers naast elkaar te fietsen.

Een fiets mag op de stoep geparkeerd worden indien er nog 1,50 meter ruimte overblijft voor voetgangers.

 

Verkeersregels voor een elektrische fiets

Een elektrische fiets mag maximaal 25 km/h rijden. Voor zulke elektrische fietsen gelden normale fietsregels. Vanaf 16 jaar mag je zonder rijbewijs op een elektrische fiets rijden in Zwitserland. Ben je 14 of 15 jaar oud, dan heb je een speciaal rijbewijs nodig.

snelweg in zwitserland

Verkeersbordenpostweg verkeersbord in zwitserland

De volgende verkeersborden wijken in Zwitserland af van de Nederlandse verkeersborden.

  • Het verkeersbord voor de aanduiding van de autosnelweg aanduiding heeft in Zwitserland een groene kleur. In Nederland is dit bord blauw van achtergrond.
  • Een blauw vierkant bord met een gele hoorn geeft een bergpostweg aan. Wanneer deze bergpostweg eindigt, zie je dit bord met een rode streep erdoorheen.

 

sneeuwkettingen

Winterbanden en Sneeuwkettingen

Het is niet verplicht om winterbanden in Zwitserland te gebruiken. Wel kun je een boete krijgen wanneer je overig verkeer hindert door gebrek aan winterbanden. Denk aan langzaam rijden, of slippen door het rijden met zomerbanden. Wanneer je hierdoor een ongeluk veroorzaakt, kan je aansprakelijk worden gesteld. Het is daarom aan te raden om voor vertrek de winterbanden onder de auto te zetten.

Wanneer je het onderstaande bord tegenkomt, is het in Zwitserland verplicht om sneeuwkettingen te gebruiken. Het is daarom aan te raden om voor vertrek sneeuwkettingen in de auto te leggen. Wanneer je met sneeuwkettingen rijdt, dienen deze op ten minste twee aangedreven wielen te worden gemonteerd. Met sneeuwkettingen mag je niet harder dan 50 km/h rijden.

0

Your Cart